Waarom je hartslag in zone 2 soms bijna niets zegt

Je loopt rustig. Je gaat tien seconden per kilometer sneller en je hartslag blijft gelijk. Je gaat weer tien seconden trager en hij zakt niet. Klopt je hartslagmeter nog, of klopt je zone niet?

Wat er fysiologisch gebeurt

Je hartslag volgt je inspanning, maar niet rechtlijnig en niet meteen. In het rustige gebied — grofweg alles onder je aerobe drempel (LT1): de bovenkant van je echt rustige werk — is de relatie tussen tempo en hartslag vlak. Een beetje extra tempo vangt je lichaam op zonder dat er veel slagen bij hoeven. Dichter bij je drempel wordt die curve steiler: daar levert dezelfde tempostap een veel grotere sprong in hartslag op.

Daar komt bij dat je hartslag traag is. Na een tempowissel duurt het doorgaans een tot twee minuten voordat hij zich heeft ingesteld. Versnel en vertraag je tijdens een duurloop een paar keer, dan lees je op je horloge dus vooral die vertraging.

En dan is er cardiac drift: bij een gelijkmatige duurloop kruipt je hartslag omhoog naarmate je langer bezig bent, ook al loop je hetzelfde tempo. Warmte, vochtverlies en vermoeidheid tellen op. Bij een lange rustige loop hoort een geleidelijke stijging er gewoon bij, zonder dat je harder gaat.

Zet die drie naast elkaar en de ervaring klopt: in het rustige gebied is de hartslagrespons vlak, traag én gevoelig voor drift. Precies daar is hij dus het minst geschikt om op te sturen.

Waarom die grens er dan tóch staat

Zones vertalen "rustig", "stevig" en "hard" naar iets meetbaars. Dat helpt tegen een bekende valkuil: te hard op je rustige dagen, waardoor je te moe bent op de dagen die er echt toe doen.

Maar een zonegrens komt voort uit een anker — meestal je drempelhartslag (LTHR) of je maximale hartslag — dat daarna in percentages wordt verdeeld. Zit dat anker er een paar slagen naast, dan schuiven al je zonegrenzen mee. En zelfs bij een goed anker is één slag verschil kleiner dan de ruis die in een hartslagmeting sowieso zit: bij een borstband, en zeker bij een polsmeter.

Dat is geen reden om zones weg te doen. Het is een reden om ze te lezen als een gebied in plaats van als een streep.

Waarop je dan wél stuurt

Stuur op tempo of gevoel waar je hartslag stil is. Beweegt hij bij een rustige loop niet mee met je tempo, dan is dat op dat moment het minst informatieve signaal dat je hebt. Je tempo is concreter, en je ademhaling is eerlijker: kun je in hele zinnen praten, dan is het rustig.

Beoordeel een duurloop op het geheel, niet op de minuut. Eén kilometer een paar slagen boven je grens zegt weinig. De vraag is of de hele loop rustig was, en of je hem morgen zou kunnen herhalen.

Let op de drift in plaats van op het absolute getal. Blijft je hartslag bij gelijk tempo vlak over een uur, dan zat je in je duurzone. Loopt hij in de tweede helft weg terwijl je tempo gelijk blijft, dan lag je te hoog — ook als je onder de grens bleef. Die verhouding tussen tempo en hartslag over de tijd heet aerobe efficiëntie (in het Engels vaak decoupling), en die zegt meer dan één momentopname.

Begin onderin de band. Begin je een rustige duurloop aan de bovenkant van je zone, dan houd je geen ruimte over voor de drift die er hoe dan ook bij komt.

Wat Trimetra hiermee doet

Trimetra bouwt je hartslagzones per sport op rond je eigen profielankers: je rusthartslag, je drempelhartslag (aparte loop- en fiets-LTHR) en je maximum. Lopen en fietsen krijgen dus niet dezelfde grenzen in slagen per minuut.

De bovengrens van je duurzone kan bovendien op je aerobe drempel (LT1) staan. Die ligt onder de drempel waar LTHR en FTP bij horen, en juist die grens bepaalt waar duurwerk ophoudt duurwerk te zijn. Trimetra schat hem uit je eigen rustige duursessies en legt hem als voorstel voor, met de bronregel erbij zodat je ziet waarop het getal rust.

Verschuift een anker aantoonbaar, dan krijg je een voorstel om het bij te werken. Je neemt het over of je laat het staan; de app past je instellingen nooit stil aan.

Veelgestelde vragen

Is een vlakke hartslag een teken dat ik fit ben?

Vaak wel: een goed getraind aeroob systeem vangt kleine tempoverschillen op zonder dat de hartslag omhoog hoeft. Maar het kan ook vermoeidheid zijn — bij flinke vermoeidheid wil de hartslag soms niet meer omhoog, ook niet als je harder loopt. Kijk daarom naar het geheel: rusthartslag, slaap en hoe je je voelt.

Moet ik mijn zonegrens dan maar verhogen?

Niet op basis van één loop. Loop je stelselmatig comfortabel net boven je grens terwijl je hartslag vlak blijft, dan is dat een aanwijzing dat je aerobe drempel hoger ligt dan je zones aannemen. Dat verdient meting over meerdere sessies, geen aanpassing uit gevoel.

Is een polsmeter goed genoeg voor duurlopen?

Voor rustig duurwerk meestal wel. Polsmeters zijn het minst betrouwbaar bij snelle veranderingen en bij hoge intensiteit — precies waar je een borstband wilt. Draag hem strak genoeg en niet te dicht op het polsbot.

Wat is belangrijker: in de zone blijven of het tempo aanhouden?

Op een rustige dag: rustig blijven, want dat is het doel van de sessie. Of je dat bewaakt met hartslag, tempo of gevoel maakt minder uit dan dát je het bewaakt. Staat je hartslag in dat gebied stil, kies dan het signaal dat wél beweegt.

Begrippen in dit artikel

Trimetra bouwt je week op uit je eigen data en past hem elke dag aan op hoe je herstelt. Je kunt het veertien dagen volledig proberen; opnemen en verzamelen blijven daarna gratis.