Aerobe drempel (LT1)

Je aerobe drempel (LT1) is de bovenkant van je echt rustige duurwerk: tot deze inspanning blijft je hartslag bij gelijkmatig werk vlak en kun je in hele zinnen blijven praten. Hij ligt onder je drempelhartslag (LT2/LTHR) — dat zijn twee verschillende omslagpunten.

Wat is de aerobe drempel?

Je lichaam maakt altijd lactaat aan en ruimt het ook altijd weer op. Bij lage intensiteit houdt het opruimen de aanmaak moeiteloos bij en blijft de waarde in je bloed rond je rustniveau. De aerobe drempel is het punt waarop die waarde voor het eerst duidelijk boven rust uitkomt: de eerste van twee omslagen, in de literatuur LT1 genoemd. De tweede omslag, LT2, is de drempel waar LTHR en FTP bij horen.

Het praktische belang zit in het gebied eronder. Onder LT1 kun je volume opbouwen zonder dat het je herstel opeet; erboven begint het gebied dat te stevig is voor herstel en te licht voor een echte prikkel. De bekende richtlijn dat het grootste deel van je trainingstijd rustig hoort te zijn, gaat over de ruimte onder LT1 — niet over alles onder LT2.

Hoe bepaal je je aerobe drempel?

Het nauwkeurigst is een lactaattest in een inspanningslab: een protocol met oplopende belasting, waarbij de eerste duidelijke stijging boven de rustwaarde LT1 markeert. Nadeel is dat de uitkomst geldt voor die dag en die vorm; na een trainingsblok klopt het getal alweer minder.

Zonder lab kom je er met twee methodes een heel eind. De praattest: op of net onder LT1 kun je nog in hele zinnen praten, erboven wordt het hakkelen. En de drift-methode: doe een uur op een gelijkmatig, rustig tempo en vergelijk de verhouding tussen tempo en hartslag in de eerste en de tweede helft. Blijft die verhouding vrijwel gelijk, dan zat je eronder; loopt je hartslag bij gelijk tempo weg, dan zat je erboven.

Bepaal hem per sport. Op de fiets liggen zowel LT1 als LT2 doorgaans lager dan bij lopen, omdat er minder spiermassa actief is en je gewicht gedragen wordt. En hertoets periodiek: LT1 is een van de eerste dingen die meebeweegt als je aeroob volume opbouwt.

Hoe Trimetra dit personaliseert

Trimetra bewaart een aparte loop-LT1 en fiets-LT1. Je kunt hem zelf invullen, of hem leeg laten: dan schat de app hem uit je eigen rustige duursessies — de sessies waarin je hartslag bij gelijkmatig werk vlak bleef — en legt hem als voorstel voor, met de bronregel erbij. Zonder genoeg rustige sessies komt er geen schatting; de app zegt dan dat ze het nog niet weet. Staat er een LT1, dan wordt die het plafond van je zone 2, zodat "rustig" bij je eigen omslagpunt eindigt in plaats van bij een vaste fractie van je drempelhartslag.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen LT1 en LT2?

LT1 is de onderste omslag: de bovenkant van je echt rustige duurwerk. LT2 is de bovenste, en die kennen de meeste sporters als hun drempel — LTHR bij hartslag, FTP bij vermogen. LT1 bepaalt waar rustig ophoudt rustig te zijn; LT2 bepaalt waar het echt zwaar wordt.

Is de aerobe drempel hetzelfde als zone 2?

Bijna. Zone 2 is een indeling van een model, LT1 een fysiologisch omslagpunt. In een goed opgezet zonemodel valt de bovenkant van zone 2 samen met LT1, maar in modellen die alleen percentages van je maximale hartslag gebruiken kan zone 2 er behoorlijk naast liggen.

Kun je je aerobe drempel bepalen zonder lactaattest?

Ja. De praattest en de drift-methode komen een heel eind: bij een gelijkmatige duursessie van 45 tot 60 minuten kijk je of de verhouding tussen tempo en hartslag in de tweede helft ongeveer gelijk blijft. Herhaal dat op licht verschillende tempo’s en je cirkelt je grens in.

Gerelateerde begrippen
Verder lezen in de gids

Alle termen op een rij staan in de volledige begrippenlijst.